
Fofuxo is groot, en wie groot is, loopt langzaam.
Die middag wilde Pigúiça naar het beekje rennen, en snel ook. Ze rende vooruit, kwam terug, draaide rondjes om hem heen en rende weer vooruit. Fofuxo liep in zijn eigen tempo, boem, boem, en snuffelde onderweg aan de bloemen.
“Schiet nou op, Fofuxo!” zei Pigúiça ongeduldig. “Je bent veel te traag! Zo is het niet leuk. Ik ga wel met Nina spelen, die is tenminste snel.”
En ze rende weg, zonder om te kijken.
Fofuxo bleef midden op het pad staan. Hij keek haar na. Toen ging hij onder een boom zitten, met zijn oren omlaag, en zei niets.
Pigúiça speelde met Nina bij het beekje. Maar het spelen was niet zo leuk als anders. Er zat een rare knoop in haar buik, die er maar niet uit wilde. Elke keer als ze lachte, trok de knoop een beetje strakker.
“Jij kijkt alsof je iets vergeten bent,” zei Nina.
Pigúiça dacht na. En toen dacht ze aan de hangende oren van Fofuxo. “Ik heb iets gemeens gezegd,” zei ze. “En ik denk dat hij verdrietig is.”
Ze liep langzaam terug over het pad. Fofuxo zat nog steeds onder de boom. Pigúiça kwam dichterbij, keek naar haar eigen pootjes en zei: “Fofuxo... sorry. Ik zei dat je traag was, en dat was niet lief. Ik had haast en ik deed vervelend.”
Fofuxo keek haar aan. Pigúiça haalde diep adem en ging verder: “En ik heb een liedje voor je gemaakt. Mag ik het zingen?” Hij knikte.
Dus zong ze, een beetje vals: “Fofuxo is traag, dat weet ik wel, maar samen wandelen is het fijnste spel. Hij ruikt aan elke bloem, één voor één, en knuffelt het warmst van iedereen.”
De ogen van Fofuxo vulden zich met tranen. Maar hij glimlachte, een enorme glimlach. “Dank je wel, Pigúiça. Sorry aangenomen. En dat was het mooiste liedje dat ik ooit gehoord heb.”
De knoop in de buik van Pigúiça ging meteen los, net als de strik van een cadeautje.
Op weg naar huis liep ze naast hem, in zijn tempo. Boem. Boem. En ze ontdekte dat je, als je langzaam loopt, kunt zien hoe de bloemen zich een voor een sluiten om te gaan slapen. Toen ze thuis waren, ging Pigúiça dicht tegen Fofuxo aan liggen en neuriede zachtjes haar liedje, steeds zachter, tot het liedje een gaap werd. En de gaap werd slaap.
