
Heb jij weleens vlinders in je buik gehad? Geen echte vlinders natuurlijk. Dat kriebelige gevoel vanbinnen als je iets nieuws gaat doen. Nou, Pigúiça werd wakker met een buik vol vlinders.
Het was haar eerste dag op de puppyschool, en die zat in de hoogste bibliotheek van Dogavios. Er waren boekenkasten tot aan het plafond en een rond raam vol gekleurde glaasjes.
Fofuxo bracht Pigúiça tot aan de deur. Ze bleef tegen zijn poot aan plakken. “Wat als niemand met me wil spelen?” vroeg ze. “Wat als ik niks weet?”
“Op school hoeft niemand alles al te weten,” zei Fofuxo. “Daar ga je juist naartoe om te leren. En ik kom je halen als de zon oranje wordt.”
Binnen, in een hoekje, zat een tekkelpuppy. Een lange tekkel. Een heel, heel lange tekkel, die zich probeerde te verstoppen achter een kussen dat veel te klein was. De ene helft van hem stak er aan de ene kant uit, de andere helft aan de andere kant. Dat was Tico.
“Heb jij ook vlinders in je buik?” vroeg Pigúiça. Tico knikte. “Wel twintig,” zei hij. “Ik heb er wel dertig,” zei zij. En ze moesten allebei lachen, en een paar vlinders vlogen weg.
Toen kwam meester Snor binnen, een schnauzer met een rond brilletje en een keurig gekamde witte snor. Hij ging achter zijn lessenaar staan, pakte een dun stokje en zei: “Goedemorgen, klas. Vandaag gaan de boeken jullie uitkiezen.”
Hij zwaaide met het stokje. En de boeken sloegen hun kaften open alsof het vleugels waren en vlogen de kasten uit, flap, flap, flap, rondjes door de klas. Pigúiça en Tico stonden er met open mond naar te kijken.
Een groen boek landde zachtjes voor Pigúiça. Het ging over bloemen die antwoord geven als je tegen ze praat. Een geel boek landde voor Tico. Dat ging over stenen die zingen.
“Ruilen we straks?” vroeg Tico. “Goed,” zei Pigúiça. En ze merkte niet eens dat haar buik al helemaal stil was geworden.
Toen de zon oranje werd, stond Fofuxo bij de deur, precies zoals hij beloofd had. Pigúiça rende naar hem toe en vertelde alles tegelijk: de vliegende boeken, de snor van de meester, en Tico, die veel te lang was voor het kussen.
Die avond in haar mandje was ze nog steeds aan het vertellen. Steeds langzamer. “En morgen... neemt Tico... het stenenboek mee...”
Fofuxo deed het licht uit. De vlinders in de buik van Pigúiça waren allemaal gaan slapen. En zij ging ook slapen, en droomde van boeken die heel zachtjes vliegen, flap... flap... flap.
