
Het was een heel gewone dag geweest.
Dat vond Pigúiça tenminste. Ze zat boven op de heuvel en keek hoe de lucht donker werd, en ze zuchtte heel hard. “Er is vandaag niks bijzonders gebeurd. Helemaal niks.”
Fofuxo ging naast haar zitten. “Zullen we het dankjewelspel spelen?”
“Hoe gaat dat spel?”
“Heel makkelijk. Je denkt aan iets fijns van vandaag en je zegt dank je wel. Voor elk ding mag je één teentje van je poot omlaag doen.”
Pigúiça trok haar snuit in rimpels. “Maar er was niks fijns.” En Fofuxo vroeg rustig: “Echt niks? En het ontbijt dan?”
Pigúiça dacht na. Er was warme pap geweest, met een lepel honing erop. “Oké dan. Dank je wel voor de pap.” Ze deed één teentje omlaag en keek er een beetje verbaasd naar.
Toen schoten haar steeds meer dingen te binnen, het een na het ander, als een draadje van een bolletje wol. “Hmm. Dank je wel voor de zon die vanochtend mijn rug warm maakte.” Nog een teentje. “Dank je wel voor Nina, die me haar bal leende.” Nog een. “Dank je wel voor de bloem die goedemorgen zei. En voor de modderplas waar ik in sprong. En voor Tico, die de mop vertelde van het bot dat naar de dokter ging.”
Ze moest weer lachen om die mop. Toen keek ze naar haar poot. Alle teentjes waren al omlaag.
“Fofuxo, mijn teentjes zijn op! En ik heb nog een heleboel dank je wels over!”
“Gebruik de mijne maar,” zei hij, en hij stak zijn grote poot uit. En ze ging verder.
Dank je wel voor de vlinder die op mijn staart ging zitten en kietelde. Dank je wel voor het koele water uit het beekje. Dank je wel voor het middagdutje. Dank je wel voor de geur van vers brood uit het dorp. Dank je wel voor Fofuxo. Toen de teentjes van hen allebei op waren, werd Pigúiça heel stil, en verbaasd. Die gewone dag zat dus helemaal vol fijne dingen.
De lucht was nu donker, en de eerste sterren verschenen. Op dat moment gleed er heel langzaam een vallende ster langs de hemel. En onderweg tekende hij een hart van licht, precies boven de heuvel.
“Kijk, Fofuxo!” fluisterde Pigúiça. “Het lijkt wel alsof de lucht ook dank je wel zegt.”
In haar mandje bedankte ze nog voor drie dingen: haar zachte kussen, haar warme dekentje en de slaap die er al aan kwam. En jij? Wat vond jij vandaag fijn? Vertel het maar zachtjes, heel zachtjes, voordat je gaat slapen.
