Heb je ook weleens om elf uur 's avonds op de gang gestaan, je afvragend of je kind eigenlijk wel genoeg slaapt? Dan ben je in goed gezelschap. Het is ook een terechte vraag, want hoeveel slaap een kind nodig heeft verandert flink per fase, en wat normaal was op tweejarige leeftijd, is dat op zesjarige leeftijd allang niet meer.
De algemene richtlijnen per leeftijd
Kinderartsen gebruiken liever bereiken dan exacte getallen, want ieder kind heeft zijn eigen tempo. Dit zijn de meest gehanteerde richtlijnen, waarbij nachtslaap en dutjes altijd samen worden geteld:
- Baby's van 4 tot 12 maanden: ongeveer 12 tot 16 uur per dag, verspreid over twee of drie dutjes.
- 1 tot 2 jaar: zo'n 11 tot 14 uur, meestal met één lang middagdutje.
- 3 tot 5 jaar: rond de 10 tot 13 uur, waarbij het dutje langzaam verdwijnt.
- 6 tot 12 jaar: ongeveer 9 tot 12 uur, bijna allemaal 's nachts.
- Tieners: zo'n 8 tot 10 uur, al werkt het schoolrooster daar zelden aan mee.
Zit je kind net iets boven of onder deze bereiken, maar wordt het vrolijk wakker en komt het de dag goed door? Dan zit het waarschijnlijk wel goed. Zie deze getallen als een kompas, niet als een liniaal.
Hoe je terugrekent naar het juiste bedtijdstip
Dit is de handigste truc, en je kunt hem vanavond al toepassen. Begin bij het tijdstip waarop je kind moet opstaan en trek daar het aantal uren vanaf dat past bij de leeftijd. Moet je vijfjarige om zeven uur op en heeft hij ongeveer elf uur nodig, dan hoort het licht rond acht uur 's avonds uit te gaan.
- Reken de inslaaptijd erbij: de meeste kinderen doen er een kwartier tot twintig minuten over om in slaap te vallen. Leg ze dus vóór het streeftijdstip in bed, niet precies erop.
- Tel het dutje mee in het totaal: sliep je kind 's middags twee uur, dan wordt de nachtslaap vanzelf korter.
- Verschuif in stapjes van een kwartier: abrupte veranderingen in het ritme werken meestal averechts. Schuif het bedtijdstip geleidelijk naar voren, verspreid over een week.
