Weinig dingen doen zo'n pijn als een huilend kind bij de klasdeur afgeven en weglopen. De wenperiode is echt werk voor een klein zenuwstelsel: je kind leert dat je weggaat, dat de wereld doordraait, en dat je altijd terugkomt. Dat kost tijd, en hoeveel tijd verschilt enorm. Sommige kinderen wennen in drie dagen, andere hebben zes weken nodig. Geen van beide is een probleem.
Voordat je het huis uit gaat
- Vertel de dag vooraf: loop de avond ervoor en nog eens bij het ontbijt hardop het dagritme door. "Je gaat spelen, je fruit eten, zingen, en dan kom ik terug." Voorspelbaarheid kalmeert veel beter dan een beloofde beloning.
- Geef een stukje thuis mee: een sjaaltje dat naar jou ruikt, een gelamineerde foto in de rugtas, een vriendschapsbandje dat jullie samen vlochten. Het is een fysiek anker voor het dipje halverwege de ochtend.
- Beheers je eigen zenuwen: kinderen voelen onze spanning aan toon en haast. Vertrek tien minuten eerder, zodat je niet gehaast aankomt.
Het afscheid zelf
- Kort en steeds hetzelfde: één knuffel, één vaste zin ("ik ben er weer na het fruit"), en dan gaan. Het afscheid rekken maakt het huilen erger, niet beter.
- Sluip nooit stiekem weg: dat voorkomt de scène, maar leert je kind dat je zomaar kunt verdwijnen, waardoor het je de hele dag in de gaten gaat houden.
- Spreek een signaal af met de leerkracht: vraag om een berichtje na een kwartier. Meestal stopt het huilen al binnen vijf minuten.
