De verleiding in de winkel is groot: de doos van 48 kleuren met ingebouwde puntenslijper glanst in het schap. Alleen gebruikt een driejarige vier kleuren en breekt binnen een week alle punten. Goed materiaal is het juiste materiaal voor de hand die het vasthoudt.
2 tot 3 jaar: dik en afwasbaar
Zeer dikke waskrijtjes, die je met een gesloten vuist pakt. De driegreep is er nog niet, dus een dun potlood glijdt weg en frustreert. Kies afwasbaar. Zes kleuren zijn genoeg.
4 tot 5 jaar: tijd voor kleurpotloden
De greep werkt en kleurpotloden passen. Koop weinig en goed: twaalf fatsoenlijke kleuren dekken beter dan zesendertig goedkope, die bleek uitpakken en het kind dwingen te drukken tot de punt breekt.
6 tot 8 jaar: stiften en mengen
Nu wil het kind sterke kleur en een strak resultaat. Stiften met middelbrede punt volstaan, en hier telt dikker papier. Ook aquarelpotloden zijn nu een goed idee.
Wat meestal verspilling is
- Reuzendozen. Kinderen gebruiken dezelfde zes kleuren.
- Stiften met stempel in de dop. De dop breekt, de stift droogt uit.
- Verf in minipotjes. Droogt op voor hij op is.
- Speelgoedslijpers. Die breken de punt in plaats van hem te slijpen.
Waar je het bewaart telt
Een open, lage doos op kindhoogte wint het van een mooi etui in de kast.
Papier is de helft van het resultaat
Goed materiaal op slecht papier stelt teleur. Begin met een dik getekende, goed geprinte plaat: 239 gratis.





