Straatspelletjes hebben een voordeel dat geen speelgoed evenaart: ze mengen leeftijden, rekken zich uit naar de beschikbare ruimte en hebben niets nodig behalve mensen die willen meedoen. Vandaag speelt de achtertuin, het speelpleintje of het park om de hoek de rol van de straat, waar het om gaat is het aantal kinderen en afgesproken grenzen. Hier zijn de klassiekers met hun volledige regels.
Achtervolg- en renspelletjes
- Britse bulldog: één speler staat in het midden, de rest staat op één lijn. Op het teken rent iedereen naar de overkant en probeert niet gepakt te worden. Wie gepakt wordt, wordt ook vanger, en het midden vult zich snel. Het eindigt als er nog één loper over is. Vijf tot twintig kinderen.
- Boeven en agenten: twee teams. Boeven vertrekken met dertig seconden voorsprong; agenten moeten ze een voor een vangen en naar een afgebakende gevangenis brengen. Een gevangen boef kan bevrijd worden als een vrije teamgenoot hem aanraakt. Het spel eindigt als iedereen gevangen zit. Het beste met zes of meer spelers.
- Kettingtikkertje: begint met één vanger; wie gepakt wordt, houdt zijn hand vast en de ketting groeit. Alleen de twee uiteinden van de ketting mogen tikken. Veel lastiger en leuker dan het klinkt.
Bal- en touwspelletjes
- Trefbal: een veld verdeeld in twee helften, één team per kant. Wie geraakt wordt door de bal, ligt eruit en gaat achter het vijandelijke veld staan, waar hij nog steeds mag gooien en zich terug kan spelen. De bal in de lucht vangen houdt je veilig, en stuurt de gooier eruit. Het team dat de andere kant leegmaakt, wint. Acht tot twintig spelers.
- Touwtjesspringrijmpjes: twee mensen draaien het touw en één springt op een afgesproken rijmpje. De makkelijke versie is instappen terwijl het touw stilligt; de moeilijke versie is erin rennen terwijl het draait. Begin altijd met de makkelijke versie.
- Slagbalspel: twee slagmensen met knuppels, twee gooiers met een bal en twee honken (elk een fles of blikje). De gooier probeert het honk om te gooien, de slagman verdedigt met de knuppel, en als de bal ver wordt geslagen wisselen de twee slagmensen van plek om punten te scoren. Nodig: vier spelers.
