Een kind danst voordat het weet dat het een naam heeft: het hoort muziek, het lijf antwoordt. En dat natuurlijke antwoord is een van de meest complete spelletjes die er zijn: dansen traint lichaam, geheugen en emotie tegelijk, zonder op training te lijken.
Wat dansen ontwikkelt
- Coördinatie en evenwicht: springen, draaien en op de maat stoppen is een compleet motorisch parcours.
- Geheugen en volgorde: onthouden "eerst klappen, dan draaien" is dezelfde vaardigheid als instructies onthouden op school.
- Zelfvertrouwen: het dansje voor het gezin opvoeren is een veilig podium om verlegenheid te overwinnen.
- Emotie: dansen is een uitlaatklep. Een kind dat danst laat eruit wat het nog niet in woorden kan zeggen.
5 makkelijke dansjes
- De spiegel: de een beweegt, de ander doet hetzelfde. Wisselen als het refrein terugkomt.
- Standbeelden: dansen zolang de muziek speelt, bevriezen als hij stopt.
- Volg de leider: een doet drie bewegingen, iedereen herhaalt in dezelfde volgorde. Dat is geheugen vermomd als dans.
- Het dier van het liedje: "dans als een olifant", "dans als een vogeltje". Fantasie plus lichaam.
- Langzaam en snel: dezelfde bewegingen in slow motion en daarna op dubbele snelheid. Kinderen liggen dubbel.
De belangrijkste regel
Geen goed en fout. Zodra een dansje "verbeterd" wordt, houdt het kind op er plezier in te hebben. Doe zelf mee, dans slecht, en het kind blijft.
Wat je opzet
De snellere nummers van het Dogavios-album zijn hier precies voor gemaakt: duidelijke maat, terugkerende refreinen en personages die het kind uit het boek kent.


